Talentontwikkeling bij RFCW

Een ideaal beleid ontwikkelen rond “werken en ontwikkelen van spelers met talent” vergt een aantal in te vullen (noodzakelijke) randvoorwaarden:

-          Het voeren van een correct intern selectiebeleid
-          Het voeren van een correct evaluatiebeleid
-          Aandacht voor relatieve leeftijdseffect
-          Aandacht voor maturiteitsproblematiek

 Deze items worden ook weergegeven tijdens onze jaarlijkse “training voor ouders”.

INTERN SELECTIEBELEID

Uittreksel uit “ZEVENSPRONG” < PRINCIPE 2 ONTWIKKELING OP MAAT VAN EN MET RESPECT VOOR HET KIND

Het betekent dat wij spelers laten spelen op “hun” niveau om tot maximale ontwikkeling te komen (Panathlon). Talent ontwikkelen doen wij dan ook zonder onderscheid naar geslacht, huidskleur, nationaliteit, religie, geaardheid, fysieke ontwikkeling, talent of ambitie. Het mag immers een wens zijn om louter recreatief aan voetbal te doen, daarom blijft onze regionale zuil een volwaardige pijler voor onze opleiding. Ten allen tijde kunnen talentvolle spelers terecht in IP zuil, minder talentvolle (of minder ambitievolle) spelers vinden hun weg in de regionale zuil. Daarom duidt onze talentontwikkeling op meer dan voetbal. Het wordt een proces op maat van elk individu door continue op zoek te gaan naar andermans kracht en talenten.

 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

We streven er naar dat elke speler op zijn niveau kan voetballen en voldoende plezier en speelgelegenheid heeft Wij verwijzen hierbij naar de Panathlon verklaring alsook naar onze opleidingsvisie: “Elk kind heeft het recht om op  zijn  / haar eigen niveau te spelen”. Daarom ook wordt gekozen om spelers onder te brengen in teams van gelijkaardig talent. 

 Door de talrijke interne formele en informele evaluatiemomenten door opleiders met betrokken coördinatoren kan de evolutie van iedere speler nauwgezet en op de voet gevolgd worden. Het samenbrengen van een aantal verschillende meningen over één welbepaalde speler zorgt voor een breed gedragen beslissing en gedeelde verantwoordelijkheid.

EVALUATIEBELEID

 OPVOLGING SPELERS

Na elke cyclus ( 6 weken ) evalueren wij onze spelerskernen en stellen we ons de vraag of iedere speler in  optimale omstandigheden kan ontwikkelen. M.a.w. zit de speler op zijn niveau, kunnen of moeten wij bijsturen? Indien nodig beslissen wij spelerskernen aan te passen. Wij doen dit echter niet ondoordacht.  Zie punt A selectiebeleid.

EVALUATIE VAN SPELERS < ALGEMEEN

Bij RFC Wetteren vinden wij het stimuleren van een krachtige leeromgeving een must. Om de ontwikkeling van onze spelers te sturen en te versnellen, trekken wij dan ook een aantal keren per seizoen de nodige tijd uit om het functioneren van de speler te bekijken.

Wij voorzien op dat vlak 2 formele gesprekken (samen met een heleboel informele momenten van individuele feedback voor de speler):

  • Evolutiegesprek in november/december. Wij gaan dan na of een speler voldoende vooruitgang heeft gemaakt heeft en geven de werkpunten mee waarop we meer evolutie wensen te zien.
  • Evaluatiegesprek in april

Bij beloften / Young Lions zal na de voorbereiding een SWOT-analyse gemaakt van elke speler. Van daaruit stellen we een individuele POP en PAP (Persoonlijk Ontwikkelingsplan en Persoonlijk Actieplan) op.

In samenspraak met de opleider, TVJO en coördinatoren voorzien wij:

  • een uitgebreide eindevaluatie in relatie tot de eindtermen van de leeftijdscategorie
  • de fundamentele keuze is of een speler ook het komende seizoen deel uitmaakt van de spelerskern
  • ook bij een positieve evaluatie worden werkpunten meegegeven

Deze evaluatie wordt kort besproken met de ouders en de speler. Spelers op interprovinciaal niveau zullen worden begeleid en geholpen bij hun zoektocht naar een andere club indien ze niet voor regionaal voetbal bij onze club kiezen.

 

AANDACHT VOOR RELATIEVE LEEFTIJDSEFFECT

SITUATIESCHETS

Iets waar onze opleiding een item wil van maken is het relatieve leeftijdseffect. Even kort uitgelegd: zowel in het onderwijs bijvoorbeeld als in sportmiddens wordt gestreefd naar gelijke kansen. Eén van de manieren waarop men gelijke kansen wil geven is door kinderen op te delen in leeftijdscategorieën volgens chronologische leeftijd. Het doel ervan is duidelijk: vermijden dat er een te groot leeftijdsverschil bestaat tussen kinderen in een klas of competitie. In Vlaanderen worden studiejaren ingedeeld per jaar, op nationaal voetbalvlak bv gebeurt dat ook zo. Indelingen gebeuren op grensdatum 1 januari (1 januari – 31 december). Uiteraard zijn deze categorieën met de beste bedoelingen ingevoerd. Bedoeling is om een eerlijke competitie te kunnen organiseren.

Toch wordt net door deze poging tot gelijkheid een nieuwe ongelijkheid gecreëerd. Kinderen die vlak na deze grensdatum geboren worden, zijn binnen deze leeftijdscategorie bijna 1 volledig jaar ouder dan kinderen die in dezelfde categorie aan het einde van dat jaar geboren worden. Het leeftijdsverschil tussen deze individuen binnen één leeftijdscategorie wordt relatieve leeftijd genoemd en de gevolgen hiervan het relatieve leeftijdseffect. Als voorbeeld: in 1997 veranderde KBVB de grensdatum van 1 augustus naar 1 januari. Terwijl de vroegere toppers (voor 1997) allemaal blijkbaar geboren werden in augustus – september – oktober bleek het seizoen daarop reeds (!) dat de getalenteerde spelers blijkbaar plots allemaal geboren waren in januari – februari – maart. Daarom vinden wij het nodig om af en toe onze spelers eens door een andere bril te bekijken! Want worden dan geen goeie spelers geboren in deze maanden? Natuurlijk wel … maar we moeten er oog voor hebben en ze eens anders durven bekijken. We maken  2 maal per seizoen – samen met de opleiders – een interne oefening hierop. Dan worden onze spelers met een andere cut – off datum geconfronteerd en wordt hun normale “selectie” even door elkaar gegooid.


AANDACHT VOOR MATURITEITSPROBLEMATIEK

De biologische leeftijd kan verschillen met de kalenderleeftijd. Men spreekt dan van maturiteitsverschillen tussen kinderen van eenzelfde kalenderleeftijd.

  • Indien een kind een stuk verder ontwikkeld is dan gemiddeld, dan spreekt men vroeg – matuur of vroegrijp (tot 2 jaar verschil). De biologische leeftijd is groter dan de kalenderleeftijd.
  • Als een kind een stuk minder ontwikkeld is dan gemiddeld dan spreekt men van laat – matuur of laatrijp (tot 2 jaar verschil).
  • Bij middel - mature kinderen liggen de biologische en kalenderleeftijd dicht bij elkaar

Bij de jaarlijkse evaluatie van speler dient een opleider / coördinator dit biologisch proces in rekening te brengen! Want uiteraard is er sprake van een ongelijke strijd bij een wedstrijd of tijdens training tussen laatrijpe en vroegrijpe spelers.