Coaching Terminologie

 HOORT/ZEGTJE DOET HET VOLGENDEJE LEERT DIT VANAF
“DURF”Je onderneemt iets  (de keuze is aan de speler)U6
“ACTIE”Je gaat de dribbel aan  (actie met de bal aan de voet)U6
“RUST”Je zoekt een voetballende oplossing (trap de bal dus nooit zomaar weg)U6
“SPEEL”Je speelt de bal in (zuinig zijn met het coachen hiervan)U6
“KIJK”Hoofd omhoog en kijk, zoek dan de oplossing. U6
“DUEL”Probeer de bal te veroveren van je rechtstreekse tegenstanderU6
“STEUN”Steun een medespeler in balbezitU7
“POSITIE”Denk aan je positie op het veldU7
“BREED”Ga of stel je breed opU8
“DIEP”Ga of stel je diep opU8
“POSITIE”De betrokken speler loopt niet in zijn positie en dient zich onmiddellijk te corrigerenU8
“VERLEG”Verlegen van speelkantU10
“RUG”Wees aandachtig want je hebt een tegenspeler in je rugU10
“MIJN BAL”Je vraagt een medespeler de bal te laten lopen, de bal is voor jouU10
“VOET”Je vraag de bal in de voetU10
“SPEEL”Je vraag de balU10
“ALLEEN”

Je geeft dit mee aan een medespeler. De betrokken speler staat zodanig vrij dat hij de bal kan controleren en zelf kan beslissen hoe

hij wil verder spelen. Er is geen direct gevaar voor balverlies

U10
“METERS”Je hebt ruimte om met de bal aan de voet meters te pakkenU10
“LICHAAM”Je lichaam tussen de bal en de tegenstander brengen zodat deze niet aan de bal kan.U10
“OMSCHAKELEN”Het SNEL veranderen van de voetbalbedoeling van aanvallen naar verdedigen bij verlies van de balU10
“HOEK”Balbezitter speelt de bal in een hoek ten opzichte van zijn medespeler inU8 (HIGH FIVE)
“SHADOW”Vrije man vraagt bal en komt uit de schaduwU8 (HIGH FIVE)
“GO”balbezitter wordt vrije man.U8 (HIGH FIVE)
“RUST”Balbezitter houdt de bal doelbewust bij via een individuele actie (met focus op balbehoud)U10 (BASISELF)
 “5”Balbezitter speelt de bal snel in bij spelhervattingU10 (BASISELF)
 “9”Balbezitter gaat nadrukkelijk met de vrije ruimte om bij spelhervattingU10 (BASISELF)
“CLOSE”In balverlies worden de speelhoeken van onze tegenstander in balbezit afgeslotenU10 (BASISELF)
 “MAN”Speler dient korte dekking toe te passen U14
 “BLOK”Medespeler dient snel terug in het blok te komen U14
 “PRES”Speler dient negatieve pressing toe te passen U16
“TWIJFELBAL”Verdediger of doelman speelt onder druk bal diep zonder duidelijke richting . Medespelers worden zo scherp gezet voor de tweede bal. U16

 COLLECTIEF BIJSTUREN

HOORT/ZEGTJE DOET HET VOLGENDEJE LEERT DIT VANAF
“BREED – OPENEN”

De spelers dienen ruimte te creëren door de onderlinge afstanden zo groot mogelijk te maken.

Het speelveld zo groot/breed mogelijk maken

U8
“OMSCHAKELEN”Het SNEL veranderen van de voetbalbedoeling van aanvallen naar verdedigen bij verlies van de balU10
“VOORUIT”

Als de bal naar voor wordt gespeeld dient de verdediging naar voor te schuiven en naar de bal

toe (wordt bevolen door de doelman of een centrale verdediger)

U8 (HIGH FIVE)
“POSITIE”Iedere speler dient onmiddellijk in positie te komenU8
“DRUK”

Elke speler zoekt zijn eigen of de dichtstbijzijnde tegenstander op zodat deze geen

mogelijkheid heeft om de bal te spelen of te ontvangen.

U8
“KANTELEN – KNIJPEN”

De tegenstander een bepaalde richting in dwingen door met het hele team in blok naar de bal

te schuiven. Gestaffeld rugdekking geven naar de kant waar de tegenstander balbezit heeft.

Spelers moeten de onderlinge afstanden verkleinen

U12
“SCHUIVEN”Alle spelers dienen in blok naar de bal te schuivenU10
 “KLEIN”Als we balverlies lijden, proberen we als team het terrein zo klein mogelijk te maken.U8 (HIGH FIVE)
“GROOT”De spelers dienen ruimte te creëren door de onderlinge afstanden zo groot mogelijk te maken. U10 (BASISELF)